Thursday Sep 09

Onderwijs, Arbeidsmarkt, Vrouwen & Jongeren

Attention: open in a new window. PDFPrintE-mail

In 1972 werd het schriftelijk onderwijs in het Somali ingevoerd. In de voorafgaande koloniale tijd ontwikkelden de Britten in het noorden en de Italianen in het zuiden een onderwijsstelsel naar Brits respectievelijk Italiaans model. In de jaren na de onafhankelijkheid streefde de overheid ernaar beide stelsels op elkaar af te stemmen.

Naast Somali wordt ook Arabisch gesproken, alsmede de taal van de twee voormalige kolonisatoren: Engels en Italiaans. 

Volgens onderzoeken uit 1992 (Hulshof et al) en 1998 (De Wit) heeft ruwweg 10 procent van de Somaliërs die in Nederland wonen in het land van herkomst een universitaire opleiding gevolgd, tweederde laag of hoog voortgezet onderwijs, 6 procent basisonderwijs en is 16 procent nooit naar school geweest.

Overigens is het opleidingsniveau van Somalische vrouwen gemiddeld aanzienlijk lager dan dat van Somalische mannen.  De meeste Somaliërs in Nederland spreken Engels, de taal die ook het meest gebruikt wordt in de communicatie met Nederlanders.

Degenen die vóór 1990 naar Nederland zijn gekomen, hebben zich de Nederlandse taal maar zeer beperkt eigen gemaakt. Degenen die later zijn gekomen zijn in de regel jonger en meer georiënteerd op Nederland waardoor zij ook de Nederlandse taal beter beheersen.

Naarmate men minder onderwijs in Somalië heeft genoten is het moeilijker om het Nederlandse tempo aan te kunnen. Hierbij komt nog dat men vaak trauma’s meedraagt vanwege het doorstane leed in Somalië en de gedwongen vlucht, met scheiding van de naaste verwanten. Daardoor kan men de noodzakelijke concentratie voor een studie zeer moeilijk opbrengen.

Wanneer er daarnaast behoefte is om de eigen inkomenspositie te verbeteren ligt de keuze voor een betaalde baan, desnoods in een lagere functie, in plaats van verdere beroepskwalificerende scholing voor de hand.

Voor jongeren die na 1991 zijn gekomen lijkt de situatie iets anders te liggen, in die zin dat zij eerder opteren voor vervolgscholing in Nederland om hun kansen op hogere functies op de arbeidsmarkt te verhogen.


Leerplichtige kinderen

Slechts circa 15% van de jeugd van lagere-schoolleeftijd in Somalië gaat naar school. Inmiddels hebben twee generaties vrijwel geen formele opleiding genoten Volgens een  onderzoek onder Somaliërs in Amersfoort hebben relatief veel Somalische kinderen een onderwijsachterstand.

Naast bovengenoemde feiten speelt daarbij ook mee dat zij van de ouders geen hulp krijgen, of niet in een omgeving opgroeien waarin het schoolgaande kind het beste gedijt.

Wanneer kinderen die niet meekunnen vervolgens worden doorverwezen naar scholen voor moeilijk lerende kinderen, kunnen ouders dat als een belediging ervaren.

Uit het onderzoek van Van den Tillaart (2000) komt naar voren dat één op de vijf ouders vindt dat hun kinderen om verschillende redenen onder hun niveau presteren op school. 

Alleenstaande minderjarige asielzoekers doen het in het algemeen evenmin goed. Zij gaan in eerste instantie naar de Internationale Schakelklassen om de achterstand in taal en kennis in te lopen.

Ook hier speelt de zwakke educatieve basis uit het land van herkomst hen parten, naast het feit dat deze kinderen uiteraard in een complexe sociale.


Kansen op de arbeidsmarkt

Hoewel het merendeel van de Somaliërs dat naar Nederland komt relatief hoog opgeleid is maar In Somalië behaalde diploma’s blijken in Nederland van weinig waarde. Dit blijkt vooral Fnuikend voor de arbeidskansen van goed opgeleide personen boven de 30 jaar.

Zij hebben in het land van herkomst vaak veel werkervaring opgedaan en verantwoordelijke functies bekleed als schooldirecteur, ambtenaar of ondernemer. Het is voor hen een bittere ervaring wanneer zij constateren dat dit sociale en economische niveau in Nederland niet langer haalbaar is. De grootste struikelblokken zijn de Nederlandse taal en de vele diploma-eisen die hier aan het uitoefenen van een functie worden gesteld.

Zij zien zich voor de keuze gesteld zich opnieuw te scholen of een baan op een lager niveau te accepteren.  Na het verkrijgen van een vaste verblijfstitel kiest het merendeel er eerder voor zo snel mogelijk aan het werk te gaan dan zich in Nederland eerst adequaat te scholen.

De optie voor studie wordt verworpen, omdat dit uitstel betekent van de gewenste snelle inkomensverbetering. Overigens lijkt hier een omslagpunt te zitten bij personen onder de 30 jaar; zij kiezen eerder voor studie.

Dit hangt vermoedelijk samen met de beschikbaarheid van studiefinanciering en de relatief grotere sociale vrijheid die jongeren hebben ten opzichte van oudere of gehuwde landgenoten.

Uitzendbureaus en het eigen Somalisch netwerk zijn de belangrijkste kanalen om aan werk te komen. Het beste lukt het dan nog de assertieven, personen die voldoende Nederlands beheersen, de Nederlandse sociale omgangsvormen leren hanteren, en bereid zijn elk type werk aan te nemen. 

Verder blijken commercieel werkende instellingen als uitzendbureaus, of doelgroepgerichte instellingen als UAF in de regel meer succes te hebben dan officiële instellingen als arbeidsbureaus en sociale diensten.


Emancipatie van de Somalische Vrouwen

De positie van Somalische vrouwen op de arbeidsmarkt is uitermate zwak. Op dit moment worden Somalische vrouwen in een integratie/participatietraject teveel aangesproken op hun rol als alleenstaande moeder en vrouwen besnijdenis en te weinig op hun rol als vrouwen met eigen specifieke talenten, kansen en ambities.

Somalische vrouwen zijn de ruggengraat van de Somalische gemeenschap in Nederland. Zo hebben gemiddeld  Somalische vrouwen in Nederland hoge opleiding dan de mannen. Veel jonge Somalische vrouwen die in NL opgegroeid zijn willen werk en zorg combineren en vooral zich actief inzetten voor de eigen buurt en omgeving. 

Aan de andere kant zijn wat oudere vrouwen die op de gezinstaken gericht zijn, vooral op het opvoeden van de kinderen en duurt het lang voordat zij redelijk Nederlands spreken. Dit geldt in nog sterkere mate voor gescheiden vrouwen die niet in de gelegenheid zijn te gaan werken zolang de kinderen nog thuis zijn.

Somalische vrouwen maken gemiddeld weinig gebruik van faciliteiten als voorschoolse opvang. Men geeft er de voorkeur aan thuis te blijven om de traditionele rol van moeder en opvoeder te spelen. De consequentie is wel dat er daardoor weinig financiële middelen voorhanden zijn. Veel vrouwen leiden daardoor een sociaal en Financieel marginaal bestaan.


Somalische jongeren In Nederland 

De maatschappelijke positie van jongeren wordt met name bepaald door de gezinssituatie, het onderwijsniveau, de mate waarin jongeren het Nederlands beheersen en de sociale contacten die zij hebben. De meeste jongeren komen uit grote gezinnen.

De grootte van het gezin blijkt een belangrijke factor als het gaat om de schoolprestaties van leerlingen. Het blijkt dat hulp en motivatie van oudere broers en zussen positief uitpakken voor Somalische jongeren. Opvallend is ook dat alle jongeren thuis Nederlands praten, of in ieder geval een mix van Nederlands en Somalisch.

Zij spreken wel Somalisch met hun ouders, maar met hun broers en zussen spreken zij Nederlands, waardoor hun spreekvaardigheid goed is. Het Nederlands wordt steeds meer de belangrijkste taal. De meeste Somalische jongeren volgen een vmbo-opleiding, maar zij vormen hiermee geen uitzondering. Het landelijke percentage van vmbo-leerlingen ligt namelijk op zestig procent. En Somalische jongeren blijken veel sociale contacten buiten hun eigen etnische groep te hebben.  


Ouderbetrokkenheid

Het voortgezet onderwijs levert een positieve bijdrage aan de integratie van jongeren. Door het onderwijs worden Somalische jongeren zich bewust van hun positie in de samenleving en leren zij een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Op school werken jongeren aan hun toekomst en nemen ze deel aan het maatschappelijke verkeer.

Maar zijn er ook problemen, die volledige integratie in de weg staan. Ouders spelen tijdens de middelbare school periode van hun kinderen een grote rol. Zij geven aan dat zij het onderwijssysteem in Nederland moeilijk begrijpen. In het kader van het integratieproces is dit een slechte ontwikkeling. Als ouders het onderwijssysteem niet begrijpen, kunnen zij hun kinderen niet steunen tijdens hun schoolloopbaan.

Een hiermee samenhangend probleem is de lage ouderbetrokkenheid van Somalische ouders. Deze twee problemen zien docenten als een groot knelpunt in de schoolloopbanen van Somalische leerlingen. Een ander probleem is dat ouders en leerlingen hoge verwachtingen hebben van het onderwijs in Nederland.

Deze hoge verwachtingen kunnen op teleurstellingen uitlopen, als het niet zo loopt als een leerling zou willen. Ook blijkt de juiste keuze voor een vervolgopleiding vaak een probleem voor Somalische jongeren.

Daarom is het belangrijk dat jongeren en hun ouders goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden in het onderwijs in Nederland.  Het is in Somalië normaal dat ouders zelf bepalen naar welke school hun kinderen gaan.

Veel ouders zijn daarom bereid te gaan praten met de leerkracht van de basisschool. Sommige leerkrachten hebben negatieve ervaringen met allochtone leerlingen. Dit kan leiden tot negatieve beeldvorming van de hele groep, waardoor de kans bestaat dat bij de beoordeling van leerlingen vooroordelen in de weg staan.

Voor Somalische ouders zouden cursussen opgezet kunnen worden over het onderwijssysteem in Nederland. Ook kunnen actieve Somalische ouders ingezet worden als vrijwilliger. Somalische leerlingen zouden meer ondersteund moeten worden bij hun studiekeuze, zodat zij een realistisch beeld krijgen van hun toekomst en zich breder gaan oriënteren op een vervolgopleiding.


Alleenstaande Somalische jongeren

Alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) zijn personen onder de 18 jaar die zelfstandig naar Nederland zijn gekomen om asiel aan te vragen. Wanneer zij geen directe familie in Nederland hebben, komen ze onder voogdij van stichting "De Opbouw" die hen tot hun 18e begeleidt. In de regel krijgen ama’s een tijdelijke bijzondere verblijfsvergunning in verband met hun jonge leeftijd. Wanneer zij 18 jaar worden, kunnen zij opteren voor een reguliere verblijfstitel.

In het algemeen blijkt dat er zeer veel problemen zijn in de opvang en integratie van de groep ama’s. Dit is verklaarbaar uit het feit dat deze kinderen zich op zeer jonge leeftijd zelfstandig moeten zien te redden, en vaak te weinig onderwijs hebben genoten om zich in Nederland in het onderwijs of op de latere arbeidsmarkt te kunnen handhaven.

Uit het Amersfoortse onderzoek blijkt dat veel Somalische ama’s naar de Internationale Schakelklassen gaan, waar zij taal- en kennisachterstand weg kunnen werken. Maar zij doen het daar niet goed. De Somalische gemeenschap wijt dat zelf aan verveling en demotivatie .Zo zouden zij in te lage beroepsgerichte scholingstrajecten worden geplaatst, hetgeen zij ervaren als diskwalificatie en onthouding van kansen.

Aan de andere kant wordt ook geconstateerd dat debetrokkenen weinig inzicht hebben in hun eigen rol en geen eigen initiatief tonen.

Een serieus probleem betreft de beëindiging van de begeleiding vanuit De Opbouw na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Men wordt daarna geacht voor zichzelf te zorgen, maar op die situatie is men lang niet altijd voorbereid. Men zoekt dan steun bij leeftijdgenoten, maar het is de vraag of dat de ex-ama werkelijk verder helpt.

Nedsom